Donateurs in beeld

Even voorstellen…

Mijn naam is Henk Bast, geboren in 1942 te Eefde (Gld.) onthoud de naam van dat plaatsje even. Ergens in de 50-er jaren van de vorige eeuw verkleurde ons protestants christelijk Baudartiuslyceum in Zutphen in één klap van wit naar gemengd met een zweempje chocola. Van hogerhand werden er twee keer vijf = 10 echte Papoea’s ingevlogen. Veelbelovende jongemannen (ik herinner mij geen meisjes) die in de ogen van Zending en Gouvernement, na een gedegen middelbare- en voortgezette studie in Holland, leidinggevende functies zouden gaan vervullen in ons laatste stukje “Gordel van Smaragd”. Nederland had naar mijn gevoel oprechte bedoelingen met de emancipatie van de autochtone bevolking van vml. Nederlands Nieuw-Guinea.

Mijn politieke bewustzijn was op mijn 13e nog embryonaal; mijn antennes voor iets “”bijzonders”” waren al aardig ontwikkeld (zendingsboekjes?). Gekroesde medemensen die via een KLM-luchtbrug pardoes in Zutphen e.o. werden gedropt. Ze waren zó vanuit oerwoud, kampong of bounty-eiland geplukt (dacht ik toen) en hadden helemaal niemand anders in de Achterhoek dan elkaar.
Ik zag Ori, Saul, Bas, Frits en Zachi (in volgorde van grootte) en de anderen in de schoolbanken plaats nemen: goed Ingeburgerd! Calvijn, de Nederlandse taal en -cultuur alsmede het “”leve de koningin”” waren er met de paplepel ingegoten. “Nieuwe Nederlanders” zouden we vandaag de dag zeggen. Bas J. en Zacharias S. werden samen ingekwartierd bij bejaarde kennissen van mijn ouders in…… Eefde dus (!).

Zo was een eerste uitnodiging om bij mij thuis in Zutphen te komen “”spelen”” al gauw gemaakt.
Van Zachi leerde ik o.a. schaken en dammen, op mijn hurken zitten en enige Maleise krachttermen. Van mij leerde hij boerenkool eten, op tijd op een afspraakje komen en nog weer andere woorden.
Samen deden we van alles: fietsen, wandelen met de hond; op vakantie naar zee. Hij hoorde
bij onze vrienden- en familiekring. Mijn moeder was voor hem “”tante Grietje””. Ja, eens maakten we een monstertocht met fiets en tentje achterop: van Zutphen via Vlissingen en Brussel naar de Belgische Ardennen. Kijk maar eens op Googlemaps! Daar moeten we enige weken over gedaan hebben. Dan leer je elkaar wel kennen. Ik heb geen idee hoe we weer thuis kwamen, nog eens even aan Zachi vragen.

Maar toch, na de middelbare school verloren we elkaar geleidelijk uit het oog. Zachi ging Tropische Landbouw doen in Deventer, ik vertrok naar Groningen voor een druk bestaan als student tandheelkunde. Daar hoorde ook een vriendinnetje bij natuurlijk. Met haar ben ik inmiddels binnenkort 43 jaar getrouwd!
Later hoorde ik dat Zachi al weer lang en breed in Hollandia (het tegenwoordige Jayapura) zat. Alles wat zich dáár heeft afgespeeld in die tijd onttrok zich toen compleet aan onze waarneming op onze studentenkamertjes. Overigens kwam er in Groningen al gauw een hele andere relatie met dat wonderschone tropische eiland dat tegenwoordig West Papua heet: in mijn Jaarclub (1961) zat (en zit) een èchte “originele” Kamma. De impact van die naam drong pas in volle omvang tot mij door toen ik in 2000 drie weken lang met deze Harry Kamma mee mocht reizen naar Jayapura, Baliem, Manokwari en Biak. Maar dat is weer een verhaal op zich.
Het “”Papua-virus”” zoals iemand het noemde, nestelde zich toen definitief in mij.

Eind jaren negentig kwam ik Zacharias weer op het spoor. Via mijn moeder, die nog contacten had met dominee Ori (Hokujoku) hoorde ik: hij woont tegenwoordig in Wageningen!
Gauw kijken in de telefoongids onder de “S” van Sawor: Bingo!
Toen was er heel, heel veel bij te praten. Dat doen we tot op de dag van vandaag regelmatig.
En wie Sawor zegt, zegt Biak. Wie Zachi zegt, zegt Sowek, wie Sowek zegt, zegt Rajori! Zodoende.

De kleinschaligheid van de Stichting Rajori; het gevoel méé te kunnen leven met de projecten,
de mensen die er mee bezig zijn; de concrete resultaten en de verantwoording. Dat spreekt ons aan.